donderdag 14 mei 2015

Weet dat je een parel bent, een parel in Gods Hand.


 
 
  Weet dat je een parel bent, een parel in Gods Hand.

In het Bijbelboek Mattheüs hoofstuk 13 vers 45 en 46 staat het volgende:

"Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een koopman, die schone paarlen zoekt;Dewelke, hebbende een parel van grote waarde gevonden, ging heen en verkocht al wat hij had, en kocht dezelve."


Een parel ligt in de zee, verborgen in de schelp van de oester.
 
Een parel ontstaat doordat een korreltje zand in de oester gekomen is. Als er iets in de schelp indringt wat er niet thuishoort, dan irriteert dit de oester. De oester reageert hierop door een bepaalde stof af te geven, die om het zandkorreltje, dat ingedrongen is, heen gekapseld wordt. Iedere keer komt er weer van die stof vrij; net zolang totdat het een mooie parel is.

Die stof noem je parelmoer en die geeft een mooie diepe glans aan de parel.

De zee staat in de Bijbel voor de volkeren. De parel is een beeld van de Gemeente van Christus. De Gemeente, oftewel de Kerk van de Here Jezus Christus, bestaat uit mensen vanuit alle volkeren, die in de Here Jezus Christus geloven.

In Johannes 1 : 12 staat:
"Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven."

 
En Handelingen 15 : 14 zegt:
"Simeon heeft verhaald hoe God éérst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen door Zijn Naam."


De Gemeente heeft een hemelse roeping en is hier op aarde verborgen. De parel komt tot stand door lijden heen. Een Christen verblijft nog in deze vergankelijke duistere wereld, waarin nog lijden is.
 

De apostel Petrus schrijft in 1 Petrus 5 : 10:
"De God nu aller genade, Die ons geroepen heeft tot Zijn eeuwige heerlijkheid in Christus Jezus, nadat wij een weinig tijds zullen geleden hebben, Dezelve volmake, bevestige, versterke, en fundere ulieden."

(Lees ook: Rom. 8 : 18, 2 Kor. 4 : 17 en 1 Petr. 1 : 7)

Door verdrukking krijgt de schat (de parel) meer en meer glans.
Christus, het nieuwe Leven, is in ons, want 2 Kor. 4 : 7 zegt
"Maar wij hebben dezen schat in aarden vaten, opdat de uitnemendheid der kracht zij van God, en niet uit ons;"

 
En de Here Jezus zei (Matth. 6 : 21):
"Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn."
Wanneer je gelooft in het verlossingswerk van de Here Jezus, dan mag je weten, dat de Here Jezus je door genade alléén het nieuwe leven heeft gegeven. Je mag zeker weten, dat die schat in je is en bij je blijft. Joh. 3 : 16 zegt namelijk:

"Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven heeft."
 
Niets kan je dan van Hem scheiden, want in Rom. 8 : 38 en 39 staat:"Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen,Noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onzen Heere."
 
Deze wereld ligt in de duisternis. Wanneer de Here Jezus Christus, Die het Licht is, weer terugkomt op aarde, zal er vrede komen en zal de duisternis verdwijnen. Tot die dag komt, doet de Here een verborgen werk binnen de Gemeente; dus onder gelovigen (Hand. 15 : 14). Hij trekt mensen naar Zich toe en geeft ze (op grond van geloof alléén) eeuwig Leven en zorgt ervoor, dat ze kunnen groeien in dat geloof.


De Here Jezus wil in je komen wonen.

Hij neemt je aan zoals je bent.

Hij wil je volledige vergeving geven.

Het enige wat Hij vraagt, is GELOOF.

Hij accepteert je zoals je bent.

Hij biedt je eeuwig Leven aan.

Neem Hem aan als je Verlosser.

Dan mag je je geliefd weten door Hem.

Je bent door geloof geborgen bij Hem.

Het nieuwe verborgen Leven in je, is van Hem.

Hij Zelf zorgt daarvoor.

Je bent verzegeld en verzekerd van eeuwig Leven in de hemel.

 
Het is heel belangrijk, dat je dat weet. Het is belangrijk, dat je weet wie je bent in Christus; wie je mag zijn in Hem. Aanvaard dat je vergeven bent en dat je in Hem een nieuwe schepping bent geworden.
 
Dit staat allemaal in de Bijbel, lees het, geloof het en je hebt het.

Door het te lezen word je zelf bevestigd.

Omdat je nog in deze wereld bent, heb je nog te maken met het aardse leven. Nu wil de Here je leren om door het geloof te leven. Hij wil je opvoeden in het geloof. Je weet nu, dat je bij Hem hoort en dat je straks in de hemel komt, waar het volmaakt is.

Omdat je dat gelooft, heeft de Here God je Zijn Geest gegeven. Dat zie je niet en voel je niet, maar je zult merken, dat als je oprecht bent en je Redder wilt leren kennen, dat je Zijn Woord gaat begrijpen.

God houdt van oprechtheid. Hij kent je beter dan wie dan ook. Je hoeft niet vroom te worden of je anders voor te doen. Blijf je zelf. Je weet, dat je een kind van de Heer bent en dat Hij voor je zorgt. Dan kan Hij je Zijn woorden laten begrijpen en ga je al meer begrijpen hoe de Here God de dingen ziet en mag je Zijn plan leren kennen. En dat is zo belangrijk !


Dit leven op aarde is niet zonder verdrukking, omdat de Heer nog niet is teruggekomen. Juist ook door de verdrukking heen kan je geloof sterker worden; net als die mooie parel, die ontstaat door verdrukking. Daardoor krijgt hij een mooiere glans. Ook omdat je vanwege de verdrukking zo afhankelijk wordt/bent van de Here. Wanneer je de dingen van de Here leert kennen doordat je Zijn Woord hebt leren kennen, heb je een wapenrusting en dat houdt je staande.


Verdrukking kan komen door andere mensen, door ziekte, door tegenslag, door de dood, door problemen, door verleidingen, verslavingen enz. enz. Het kan heel zwaar zijn. Je kan veel verdriet moeten meemaken.

De Here zegt in Zijn Woord, dat Hij je vasthoudt. Hij zal het vergelden. Wanneer je door die verdrukking heen bent en je toch vasthoudt aan je geloof, dan ben je na de verdrukking sterker geworden in het geloof. Hij zal je straks in de hemel belonen, omdat je het van Hem hebt verwacht. Hij heeft dan van de verdrukking een beproeving van je geloof gemaakt.

Daarom is het zo belangrijk dat je gaat leren te leven met Hem. Aan de Here ligt het niet. Hij wil alles aan je geven wat daar voor nodig is en zal dat ook zeker doen.

Elke parel is uniek. De één heeft meer glans dan de ander. Zo is het ook met een gelovige. De Heer kijkt alleen naar je geloofsleven, of je trouw bent geweest aan Hem. Daarvoor kan Hij je belonen.

Hij is je redder, je Verlosser, Hij heeft je verlost van de dood, de wet en de zonde. Je bent zo ontzettend veel waard voor Hem. Daarom is het zo belangrijk, dat je weet wat je met die Schat, Die in je is, moet doen. Stel je vertrouwen op Hem en je zult gaan merken, dat Hij echt leeft in je. De Here kijkt niet naar je buitenkant. Die buitenkant valt straks weg. Die moeten we straks afleggen. Kijk maar naar de schelp van de oester, die ruw en hard is. Het gaat om de binnenkant, om je geloof. Geef de Here de eer in je leven door te geloven en je vertrouwen te stellen op Hem en door Hem te leren kennen vanuit Zijn Woord.


Een parel is keihard en is niet stuk te krijgen. Daarvan kunnen we leren, dat het Leven en het werk van de Heer niet stuk te krijgen is; door niets of niemand. Vaak voel je niets en zie je niets, maar als je weet hoe het zit, dan hoef je je niet door je gevoel, je omstandigheden of wat je ziet, te laten leiden. Dan weet je wat de Heere God zegt en dat maakt, dat je je laat leiden door Zijn Woord. Dat bepaalt je denken.

Om een parel te vinden moeten ze echt diepzeeduiken. Dan is het ook de moeite waard als ze zo’n mooie parel gevonden hebben. Zo is het ook met het geloof. Al die schatten in de Bijbel mogen we ontdekken en dat is zeker de moeite waard.

 
WEET DAT JE EEN KOSTBARE PAREL BENT IN GODS HAND.

LEEF DAARUIT EN JE BENT EEN PRACHTIG SIERAAD VOOR JE VERLOSSER, DE HERE JEZUS CHRISTUS.
 
  
 
Over de beelden in het schilderij:
 
De oester met daarin de parel ligt verborgen in de diepte van de zee.
Het schilderij beeld de zee uit met op de bodem de oester met de parel. De zee staat in de Bijbel voor de volkeren, de Gemeente.
 
De Gemeente wordt uitgebeeld door de personen die zichtbaar zijn op het schilderij. Vooraan de menigte zijn 8 mensen scherper uitgebeeld.
De 8 staat in de Bijbel voor een nieuw begin. Na een reeks van 7 begint een nieuwe reeks met het getal 8, een nieuw begin dus.
 
Het Hebreeuwse woord voor acht is she'monah, afgeleid van een werkwoord dat betekent: 'vet maken' of 'overvloedig maken'. Het getal acht spreekt niet alleen van een nieuw begin, maar ook van de overvloed die daaruit voort vloeit. ( Joh. 10:10)
De opstanding van Christus vond plaats op de achtste dag, nl. na de sabbat, de zevende dag. De besnijdenis die op Goddelijk bevel moest plaatsvinden op de achtste dag ( Gen. 17:12 en 21:4 ) is een type van wedergeboorte en dus van opstanding uit de dood.
 
Het blauw in het schilderij loopt van donker onderaan tot hemelsblauw naar boven. De naam hemelsblauw zegt het al, het is de kleur van de hemel.
Christus wordt genoemd de Heere uit de hemel in 1 Kor 15:47, de Heere der heerlijkheid in 1 Kor. 2:8. Ook wanneer Hij op aarde wandelt is Hij het die uit de hemel komt ( Joh. 3:31), ja zelfs Hij die in de hemel is, Joh. 3:13.
 
Hij was mens geworden, maar Hij bleef de Zoon van God, ja God de Zoon, Jezus Christus, deze is de waarachtige God en het eeuwige leven
 ( 1 Joh. 5:20).
 
Op het schilderij staat een gouden scepter en troon met goud en rood verwerkt.
De gouden scepter is een uitdrukking van macht, genade, zegen en gunst.
God zwaait de scepter, Hij heeft alle macht, en Hij reikt ons de scepter toe.
 
De troon is gekleurd in goud en rood. Goud staat voor onvergankelijkheid, eeuwige dingen, eeuwige troon. Rood staat voor koningschap.
 
Hebr. 1:8  Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid; de scepter Uws koninkrijks is een rechte scepter.
 
2 Tim. 2:12a  Indien wij verdragen, wij zullen ook met Hem heersen.
 
De Bijbel vertelt ons dat de Gemeente, de parel uit de volkerenzee, met Christus zal heersen ( Openb. 5:10).
 
Openbaring 3:21  Die overwint, Ik zal hem geven met Mij te zitten in Mijn troon, gelijk als ik overwonnen heb, en ben gezeten met Mijn Vader in Zijn troon.
En wij mogen weten dat we, in Hem ( niet in onszelf ), meer dan overwinnaars zijn! ( zie Rom. 8:37)
 
 

 
Vroeger kon je ter dood veroordeeld worden als je zomaar tot een koning naderde, Esther deed dit toch, maar de koning reikte haar zijn scepter toe als teken van genade. Hij spaarde haar leven en ze mocht naderen tot Hem ( Esther 5: 1,2,3 )
Wij worden ook opgeroepen om te naderen tot de troon van God, zomaar zonder aarzeling, in alle vrijmoedigheid.
 
Hebr. 4:16 Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd.
Hij reikt ons niet alleen Zijn scepter toe, maar zullen zelfs met Hem "de scepter mogen zwaaien" (namelijk; met Hem heersen) in de toekomst!
 
 
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen